Wat van buitenaf een gelukkige periode lijkt, had voor Imen Dirie een kant die ze lange tijd nauwelijks liet zien. Achter de glimlach en de groeiende babybuik speelde zich een zware strijd af die haar volledig uitputte. De realityster, bekend van Love Island, deelt nu hoe intens die eerste maanden van haar zwangerschap werkelijk waren — en hoe weinig mensen daarvan echt hebben meegekregen.
In het begin van haar zwangerschap werd ze getroffen door een extreme vorm van misselijkheid, ook wel bekend als HG. Het ging daarbij niet om een paar moeilijke ochtenden, maar om een toestand die haar dagelijks leven volledig overnam. Eten lukte nauwelijks. Zelfs kleine slokjes drinken werden een uitdaging. Haar lichaam gaf signalen af die ze niet kon negeren, maar waar ze ook geen controle over had.
Die periode duurde niet een paar dagen of weken, maar maanden. Maanden waarin alles draaide om overleven, om proberen iets binnen te houden en om telkens weer de dag door te komen. Het contrast met het beeld dat veel mensen hebben van een zwangerschap kon bijna niet groter zijn. Waar anderen praten over cravings en genieten, zat zij gevangen in een cyclus van misselijkheid en uitputting.
Op momenten dat haar lichaam het volledig liet afweten, moest ze zelfs medische hulp inschakelen. Uitdroging lag op de loer en ze had nauwelijks energie om iets te doen. Elke kleine handeling werd zwaar, elke dag voelde als een test van haar grenzen. Toch probeerde ze, ondanks alles, vast te houden aan één gedachte: dit heeft een reden, dit is ergens voor.
Wat het nog intenser maakte, was haar verleden. Zwanger worden was voor Imen nooit vanzelfsprekend geweest. Na haar diagnose endometriose leek de kans klein dat ze ooit een kind zou krijgen. Die wetenschap hing altijd op de achtergrond. Juist daarom voelde ze zich verscheurd: enerzijds de dankbaarheid dat het gelukt was, anderzijds de fysieke en mentale uitputting die de zwangerschap met zich meebracht
Toen haar lichaam langzaam begon te herstellen en ze weer voorzichtig kon eten, veranderde er iets in hoe ze naar alles keek. Het moment waarop ze eindelijk weer iets binnen kon houden, bleef haar bij. Het waren kleine dingen die ineens groot voelden. Eten kreeg een nieuwe betekenis, iets wat ze niet langer vanzelfsprekend vond.
Nu ze verder is in haar zwangerschap, kijkt ze anders terug op die periode. Niet alleen als een zware tijd, maar ook als een fase die haar heeft gevormd. Het heeft haar gedwongen om naar haar lichaam te luisteren, om grenzen te accepteren en om tegelijkertijd door te blijven gaan, zelfs wanneer dat onmogelijk leek.
Wat overblijft, is een verhaal dat veel verder gaat dan alleen een zwangerschap. Het is een verhaal over uithoudingsvermogen, over het contrast tussen verwachting en realiteit, en over hoe iets moois soms begint met een periode die bijna niet te dragen is.