Wat begon als een open en luchtig gesprek tussen drie bekende gezichten, sloeg onverwacht om in een bekentenis die de sfeer volledig deed kantelen. In een aflevering van hun podcast besloten Noa Vahle, Merel Ek en Hélène Hendriks zonder filters te praten over een onderwerp waar veel mensen liever omheen draaien: hun eigen ervaringen met middelengebruik.
Het gesprek start nog bijna speels, wanneer de vraag op tafel komt of iemand ooit iets heeft geprobeerd. Merel reageert vrij direct en geeft toe dat ze weleens wiet heeft gerookt. Hélène daarentegen houdt het duidelijk: zij heeft het nooit gedaan. Noa sluit zich deels aan bij dat gevoel, al nuanceert ze dat meteen met een eigen ervaring. Ze vertelt dat ze ook een keer heeft geblowd, maar dat het bij haar totaal geen indruk maakte. Geen effect, geen bijzondere sensatie — gewoon niets.
Toch blijft het daar niet bij. Terwijl het gesprek zich verdiept, komt er een moment waarop de toon verandert. Noa laat voorzichtig vallen dat ze ooit een stap verder is gegaan. Eén keer heeft ze MDMA geprobeerd. Die eerste ervaring omschrijft ze als verrassend positief, bijna euforisch. Alles voelde licht, intens en op een bepaalde manier zelfs bijzonder. Het leek op dat moment iets wat ze niet direct als gevaarlijk ervaarde.
Maar wat daarna gebeurde, staat in schril contrast met dat eerste gevoel. Bij een tweede keer sloeg de stemming volledig om. Niet tijdens het gebruik zelf, maar juist de dag erna. Noa beschrijft hoe ze wakker werd met een zwaar en beklemmend gevoel dat ze niet kon verklaren. Het was geen gewone kater of vermoeidheid — het ging veel dieper.
De woorden die ze gebruikt, laten weinig aan de verbeelding over. Ze zegt dat ze op dat moment dacht dat ze van een gebouw wilde springen. Een gedachte die haar zelf ook deed schrikken door de intensiteit en plotselingheid ervan.
Hoewel ze later aangeeft dat die gedachte misschien overdreven klinkt, benadrukt ze hoe echt en heftig het gevoel op dat moment was. Het was precies dat moment dat alles voor haar veranderde. De ervaring liet zo’n sterke indruk achter dat ze meteen besloot: dit nooit meer.
En dat besluit hield stand. Inmiddels is het ongeveer vijf jaar geleden, en sindsdien heeft ze niets meer gebruikt. Voor haar was die ene negatieve nasleep voldoende om een duidelijke grens te trekken.
Ook Merel reflecteert op haar eigen ervaring en maakt duidelijk dat haar gebruik nooit structureel is geweest. Ze lacht het idee weg dat ze regelmatig zou hebben gerookt en legt uit dat ze het eigenlijk helemaal niet prettig vond. Het maakte haar vooral moe en traag — precies het tegenovergestelde van wat sommigen verwachten.
Wat begint als een nieuwsgierig gesprek over wat “normaal” is, eindigt uiteindelijk in een onverwacht eerlijke inkijk in persoonlijke grenzen, ervaringen en de momenten waarop alles ineens anders kan voelen. Juist die contrasten — tussen verwachting en realiteit — maken het verhaal van Noa zo opvallend en moeilijk te negeren.