‘O my god, it’s us!’
Na de training reden de wielrenners in groepjes rustig terug naar het hotel, met de volgauto er een klein stukje achter. Tot ze op een smal bergweggetje een kapotte auto op de weg zagen staan. “Die zag eruit alsof hij tegen een andere auto of een muurtje was gereden”, herinnert hij zich.
Nick en de ploegleider, Mattias Reck, stapten uit om te kijken of ze konden helpen. “Op dat moment zei Mattias: ‘O my god, it’s us!’ Pas toen zag ik de wielrenners liggen, een fiets nog onder de auto.”
Zes wielrenners waren aangereden, achteraf bleek dat de bestuurder van de auto een Britse vrouw was die aan de verkeerde kant van de weg had gereden. “De zevende wielrenner liep in paniek rond. Hij dacht dat zijn zes teamgenoten doodgingen. En eerlijk: dat dacht ik ook. Ook de vrouw was in paniek, en de ploegleider wist ook niet wat hij moest doen.”
Opvallend rustig
“Ik bleef opvallend rustig. Terwijl de ploegleider met de zevende renner sprak, heb ik de automobilist bij de arm genomen en op een steen bij haar auto gezet. Daarna heb ik uit een reflex 112 gebeld. Ik wist niet eens of dat in Spanje het noodnummer was, maar gelukkig werkte het. Daarna heb ik een andere automobilist aangehouden en gevraagd of zij in het Spaans konden uitleggen waar we waren en dat we zes ambulances nodig hadden.”

De wielrenners hebben verschillende verwondingen: van botbreuken tot forse bloedingen en een afgereten wijsvinger. Nick helpt Chad Haga, een Amerikaan die onder meer gewond is geraakt aan zijn nek en gezicht. “Drie kwartier heb ik een wond dichtgedrukt met een truitje van een andere renner, totdat de traumahelikopter kwam. Ook van een andere renner dachten we op dat moment niet dat hij het zou redden. Gelukkig hebben ze het uiteindelijk allemaal overleefd.”
Terug naar huis
Na twee uur op de plek van het ongeluk, waar sommige renners behandeld worden voordat ze naar het ziekenhuis kunnen worden gebracht, rijdt Nick met Mattias Reck terug naar het hotel. “Daar hebben we een nabespreking gehad, ook met de andere wielrenners van de ploeg die niet bij het ongeluk waren. Ik heb daar nog bij geholpen, omdat ik net als veel renners Nederlands sprak. Het interview met Tom Dumoulin ging niet door. En diezelfde avond om 18 uur zat ik in het vliegtuig terug naar huis.”
“Ik stak mijn kop in het zand voor brieven van de Belastingdienst. Ik heb echt een puinhoop van mijn leven gemaakt.”
Hij schrijft nog een artikel voor het AD over het ongeluk, en spreekt nog een keer met Mattias Reck, en dan is het voor zijn gevoel afgerond. “Ik wist dat ik het goede heb gedaan door 112 te bellen en te helpen. Dat heeft geholpen denk ik.”
Persoonlijke problemen
Ook is hij daarna vooral druk met persoonlijke problemen. Als hij twee jaar later een boek schrijft, begint hij door de eenzaamheid van het proces te veel te drinken en werkt hij zichzelf in de schulden. “Ik stak mijn kop in het zand voor brieven van de Belastingdienst enzo. Ik heb echt een puinhoop van mijn leven gemaakt.”
Nick gaat uiteindelijk naar een kliniek om af te kicken, gaat in de schuldsanering zodat hij na jaren leven van 53 euro per week uit de schulden is. En hij zoekt ander werk, beter betaald, in de marketing en de IT. “Zodra ik mijn schulden had afbetaald, heb ik dat werk opgezegd en ben ik weer in de journalistiek gaan werken. Eerst bij Sportnieuws.nl, nu bij Runner’s World.”
Boek schrijven
Hoewel het ongeluk hem niet veel bezighoudt, ontstaat in 2024 het idee om een boek te schrijven over de nasleep ervan. Ravage, gaat het heten. “Op de Olympische Spelen in Parijs kwam ik de persvoorlichter tegen die destijds voor Giant-Alpecin werkte.”
“Acht jaar lang hadden we elkaar niet gezien, en in 2016 ook maar kort. Maar we – ik met overslaande stem – begonnen gelijk herinneringen op te halen. Daar is het zaadje geplant. Daarna heb ik de ploegleider gebeld en lang met hem aan de telefoon gehangen. Toen dacht ik: als ook de Amerikaanse renner (Chad Haga, red.) met me wil praten, dan ga ik een boek schrijven.”
“Dat wilde hij. Een dag later mailde hij al terug. Heel Amerikaans, dat hij het gevoel had door mijn mail een lang verloren familielid terug te hebben gevonden. Hij had geen herinneringen aan het ongeluk en hoopte dat ik die kon inkleuren, schreef hij.”
Eenzaam proces
Het boek noemt Nick een traumaherstelboek. Geen wielrenboek. “Het was een normaal verkeersongeluk, met mensen die toevallig op een wielrenfiets zaten. Het gebeurde niet tijdens een wedstrijd of training, maar op de weg terug naar het hotel.”
“Maar wat deze mensen wel delen, is dat ze keihard werkten aan hun herstel, allemaal in hun eentje omdat ze allemaal ergens anders woonden. Ze hebben er ook maar heel weinig met elkaar over gepraat, leerde ik toen ik hen sprak. Het was daardoor voor iedereen een heel eenzaam proces.”
Niet bij de pakken neerzitten
“Ook zijn ze allemaal het leven meer gaan waarderen. Eén van hen is nu weer terug op het hoogste wielrenniveau, maar heeft in de tussentijd een stap teruggezet omdat hij meer tijd wilde hebben voor zijn familie en vrienden. Een ander vond steun in het geloof. Wielrenners zijn geen mensen die bij de pakken neer gaan zitten, merkte ik.”
“Een grappig verhaal daarin was dat Max Walscheid, een van de renners, is gaan revalideren bij Hoffenheim, een Duitse voetbalploeg. De artsen en fysio’s waren onder de indruk van hoe hard hij werkte. Dat deden hun profvoetballers niet. De instelling van de wielrenners was toch: ‘Ik mis nu zes wedstrijden, maar misschien kan ik de zevende wel halen. Wat moet ik daarvoor doen?'”
“Er zijn best wat tranen gevloeid tijdens het schrijven. Maar vooral van het besef dat ook ik over mijn eigen ongeluk heen ben gekomen.”
Het boek was voor alle betrokkenen helend, denkt Nick. “De renners zeiden dat ook tegen me. Ze hadden opgezien tegen de interviews, maar hielden er allemaal een goed gevoel aan over omdat ze er toch weer even over konden praten, met iemand die wist wat ze hadden meegemaakt.”
Twee uur in een oorlogssituatie
“En ook voor mezelf was het goed. Ik had daar voor mijn gevoel twee uur in een oorlogssituatie gezeten, en toen ging het leven door zoals daarvoor. Het zorgde ervoor dat ik zelfs weleens twijfelde of het echt was gebeurd. De gesprekken bevestigden dat mijn herinneringen klopten, en dat ik het goed heb gedaan.”
“Er zijn best wat tranen gevloeid tijdens het schrijven. Maar vooral van het besef dat ook ik over mijn eigen ongeluk heen ben gekomen. Tijdens het schrijven van het boek heb ik geen druppel gedronken, en toch kon ik het.”
Hij hoopt ook dat dat is wat mensen eruit meenemen. “Dat je iets heel kuts kunt meemaken, en er toch kracht uit kunt putten en erbovenop kunt komen. Een andere les is dat praten helpt, hoe vervelend het onderwerp ook is. Probeer het niet in je eentje op te lossen, maar praat. Al deze renners zijn weer teruggekeerd in hun vak. Door hard te werken en door goede therapie. Dat had ik niet verwacht toen ik ze daar zag liggen.”