Voor Frans Bauer is er op dit moment een opvallend contrast in zijn leven. Aan de ene kant geniet hij intens van de komst van zijn vijf maanden oude kleinzoon Jan. Aan de andere kant leeft hij met een grote angst rond zijn moeder Wies, die inmiddels in een verzorgingshuis woont. Juist die combinatie van nieuw geluk en verdriet maakt deze periode voor de zanger bijzonder emotioneel.
Zijn moeder is tachtig jaar en kan vanwege haar dementie niet meer zelfstandig wonen. Frans vertelt dat ze haar familie gelukkig nog herkent. Toch kan de situatie snel veranderen. Wat ze een kwartier eerder heeft gedaan, weet ze soms al niet meer. Volgens hem lijkt het soms alsof er plotseling een schakelaar wordt omgezet: het ene moment is zijn moeder helder, terwijl ze even later als het ware weer in het donker zit.
De familie probeert daarin mee te bewegen. Wies praat bijvoorbeeld over haar ouders alsof zij nog altijd leven. Frans en de anderen corrigeren haar dan niet door te vertellen dat haar vader en moeder overleden zijn. In plaats daarvan zeggen ze dat haar ouders ergens anders zijn. Dat stelt haar gerust. Voor de familie zelf blijft het ondertussen ontzettend moeilijk. Frans verwoordt het als rouwen om iemand die er nog is.
Daarbij komt een onzekerheid die hem diep raakt. Frans weet niet hoe de toestand van zijn moeder volgend jaar zal zijn en of zij dan nog in staat is om zijn twee concerten in Rotterdam Ahoy bij te wonen. Daar viert hij zijn veertigjarig jubileum als zanger. Voor hem zou haar aanwezigheid bijzonder veel betekenen. Twee jaar geleden was ze nog bij een optreden aanwezig, maar inmiddels heeft ze gespecialiseerde zorg nodig en die zorg zou ook mee moeten wanneer ze naar het concert zou komen.
Frans wil vooral dat het goed voor haar blijft. Als het bezoek aan Ahoy te zwaar zou zijn of niet goed zou zijn voor haar gezondheid, dan gaat het niet door. Toch hoopt hij dat ze het jubileum kan meemaken. Het idee dat juist zo’n belangrijk moment in zijn carrière misschien zonder zijn moeder moet plaatsvinden, houdt hem duidelijk bezig.
Zijn eigen jeugd speelt daarbij een belangrijke rol. Toen Frans dertien was, hielpen zijn ouders hem bij het verkopen van zijn eerste single. De herinnering aan die tijd maakt de gedachte aan de huidige situatie van zijn moeder extra aangrijpend.
Tegelijkertijd heeft Frans een nieuwe reden om iedere dag met een glimlach op te staan. Zijn kleinzoon Jan is inmiddels vijf maanden oud en heeft volgens hem een enorme nieuwe dimensie aan zijn leven gegeven. Hij had vooraf niet verwacht dat het opa worden zo’n sterk gevoel zou oproepen. Woorden als mooi en gelukkig vindt hij eigenlijk onvoldoende om het te beschrijven.
Frans geeft toe dat hij de hele dag aan zijn kleinzoon kan denken en hem iedere dag wil zien. Zijn zoon Jan en diens vriendin Danique geven hem en Mariska bovendien alle ruimte om echt opa en oma te zijn. Daar geniet hij zichtbaar van. Juist daardoor voelt deze periode voor hem dubbel: er is een groot verdriet om zijn moeder, terwijl er tegelijkertijd zoveel vreugde is om de jongste generatie van de familie.
Ook zijn vader komt in die gedachten terug. Frans denkt regelmatig aan de manier waarop zijn vader met de kinderen omging. Volgens hem was zijn vader liefdevol voor Dorus en Frans, maar ook voor Christiaan, Jan, Frans en Lucas. De herinneringen aan voetbal, uitstapjes, de speeltuin en alle verhalen zijn voor Frans waardevol gebleven.
Die herinneringen hebben hem ook gevormd in zijn eigen rol als opa. Hij wil voor zijn kleinkinderen dezelfde warme opa zijn als zijn vader destijds voor hem en zijn familie was. Terwijl hij bang is voor wat de toekomst met zijn moeder kan brengen, kijkt hij daarom ook vooruit naar alles wat hij met zijn eigen kleinkinderen nog mag beleven.
Precies daarin zit voor Frans de emotionele tegenstelling van dit moment. Aan de ene kant probeert de familie zich aan te passen aan een werkelijkheid die steeds moeilijker wordt. Aan de andere kant staat er een klein jongetje dat volgens Frans iedere dag opnieuw voor geluk zorgt. Het ene gevoel neemt het andere niet weg. Ze bestaan tegelijkertijd, en juist dat maakt deze periode voor hem zo intens.