In de Kaukasus doen al lang verhalen de ronde over het bestaan van mysterieuze sneeuwmensen. Een van de meest intrigerende legendes vertelt over een wilde, harige vrouw die in 1870 gevangen werd genomen door een Abchazische prins uit de familie Achba. Tijdens de jacht nabij de berg Zaadan zag hij de vrouw door het bos vluchten en beval zijn mannen haar te vangen. Volgens het verhaal werd ze gelokt met een sterk ruikende mannenbroek die aan de rand van het bos was achtergelaten.
De vrouw kreeg de naam Zana, wat ‘mooi en sierlijk’ betekent. Aanvankelijk hield de prins haar op zijn landgoed, maar later schonk hij haar aan een rijke koopman, Edje Genaba. Genaba nam haar mee naar zijn dorp Tkhina, zo’n 80 kilometer van Soechoemi. Zana was bijna twee meter lang en ongelooflijk sterk. Ze kon niet praten, maakte alleen onverstaanbare geluiden, maar stond bekend om haar snelheid, kracht en zwemvermogen.

Na verloop van tijd raakte Zana meer gewend aan het dorpsleven. Ze droeg nooit kleren en bleef in veel opzichten wild, maar ze probeerde niet te ontsnappen. Ze hielp de lokale bevolking met het dragen van zware zakken meel en kreeg uiteindelijk zes kinderen bij verschillende lokale mannen. Vier van hen overleefden. Zana stierf rond 1890 en dorpelingen zeggen dat ze nooit tekenen van ziekte vertoonde.
In de jaren 2010 onderzochten onderzoekers graven in Tkhina waarvan men dacht dat ze toebehoorden aan Zana en haar nakomelingen. DNA-tests toonden aan dat ze een volledig mens was, waarschijnlijk een afstammeling van Centraal-Afrikanen die in de 18e eeuw door de Ottomaanse Turken als slaven naar de regio waren gebracht. Deskundigen vermoeden dat zij of haar voorouder mogelijk het bos in is gevlucht, verwilderd is geraakt en aan hypertrichose heeft geleden – een aandoening die overmatige haargroei veroorzaakt. Niemand kan echter haar immense fysieke kracht volledig verklaren, wat onderzoekers nog steeds voor een raadsel stelt en de mythe van Zana voedt.
