Jarenlang werkte William Schmidt alleen aan zijn tunnel. De lokale bevolking gaf hem de bijnaam “De Mol” omdat hij elke dag dezelfde plek bezocht en tot laat in de nacht in de diepte van zijn creatie verdween.
Schmidt begon met de bouw in 1900, terwijl iedereen om hem heen zich op goudwinning concentreerde. Maar de vreemde man, zoals velen dachten, groef ijverig zijn tunnel.

Wat de lokale bevolking het meest dwarszat, was dat De Mol zich al het gereedschap dat hij gebruikte, niet kon veroorloven, terwijl hij er toch dakloos uitzag.

Als er naar de tunnel werd gevraagd, zei Schmidt steevast: “Je zult het snel genoeg begrijpen.”

Op een dag verscheen Schmidt niet bij de tunnel, en de dorpelingen maakten zich zorgen. De volgende ochtend besloot de plaatselijke sheriff een onderzoek in te stellen naar de plek waar Schmidt had gewerkt.

Onder leiding van de sheriff gingen meerdere mensen de tunnel in, maar na een paar honderd meter keerden ze terug, uit angst dat het bouwwerk onveilig zou zijn.

Pas onlangs durfden professionele ontdekkingsreizigers de volledige lengte van de Schmidttunnel af te leggen. Die bleek uiteindelijk meer dan twee kilometer lang te zijn.

“We hebben resten van pyriet gevonden. Dit is een duidelijke aanwijzing voor een goudader. Hij zou eigenhandig een hele laag goud hebben kunnen delven en met zijn schat zijn ontsnapt. Het lijkt erop dat de lokale bevolking ‘De Mol’ enorm heeft onderschat”, aldus de onderzoekers.
